Alimentatie
Alimentatie
Alimentatie is een wettelijke financiële regeling voor de zorgplicht voor uw beider kinderen en uw ex-partner. Er zijn twee verschillende soorten alimentatie. Kinderalimentatie en partneralimentatie. Partneralimentatie is een recht en van dat recht kun je af zien (behoudens bijstand). Kinderalimentatie is een plicht, op basis van de draagkracht van beiden ouders. Partneralimentatie is in sommige gevallen een heikel punt. Veel gestelde vragen zijn dan ook:
“Hoeveel moet ik betalen?”
“Waarom moet ik zoveel betalen?”
“Ik ken iemand die net zoveel als ik verdien en die hoeft veel minder te betalen. Hoe kan dat?”
Een ander punt is dat kinderalimentatie voor partneralimentatie gaat. Samen bekijken wij eerst hoeveel u en/of uw partner kunt/kunnen bijdragen aan de kosten van uw kind(eren). We stellen dan ook eerst de kinderalimentatie (eigen bijdrage aan de kinderen) vast. Dit doen wij aan de hand van de Trema-normen. Deze normen zijn berekend door het CBS en NIBUD. Bij de kinderalimentatie wordt ernaar gestreefd om de levensstandaard van de kinderen na de scheiding niet te laten dalen.
Mocht er vervolgens nog ruimte zijn voor partneralimentatie, dan wordt berekend hoeveel dit dient te zijn.
Wij bekijken dan eerst wat de behoefte is aan partneralimentatie. De behoefte wordt vastgesteld op basis van de levensstandaard die iemand heeft op basis van de huwelijkse periode. Nadat de behoefte is bepaald, wordt de draagkracht van de alimentatieplichtige berekend: wat is het inkomen, welk bedrag heeft deze nodig om zelf van te leven en welk deel is er dan nog beschikbaar voor alimentatie. Bekeken wordt hoeveel draagkracht de alimentatieplichtige partner heeft ten behoeve van de alimentatiebehoeftige partner.
Deze berekeningen voeren wij uit met een alimentatieberekenprogramma. Wij werken met een up-to-date versie van een erkend berekenprogramma (INA+), welke ook door de rechtbanken wordt gebruikt. In de programmatuur zitten de laatste Trema-normen verwerkt, welke zijn vastgesteld door de werkgroep alimentatie rekenen.
Indexering alimentaties
Met ingang van 1 januari van ieder jaar worden de uitkeringen voor levensonderhoud automatisch verhoogd. De minister van Justitie stelt het percentage daarvoor vast. De beschikking met toelichting wordt na het besluit gepubliceerd in de Nederlandse Staatscourant.
Het indexeringspercentage wordt jaarlijks berekend aan de hand van de ontwikkeling van de indexcijfers van de CAO-lonen in de periode september-september. Bij de samenstelling van dit indexcijfer wordt behalve met de ontwikkeling van de salarissen in het bedrijfsleven, ook rekening gehouden met de ontwikkeling van de salarissen bij de overheid en met de ontwikkeling van de salarissen in andere sectoren.
Het vastgestelde percentage geldt automatisch voor alle alimentaties, of ze nu door de rechter zijn vastgesteld of door partijen zelf zijn afgesproken. De verhoging van de alimentatie wordt berekend over het uitkeringsbedrag zoals het op 31 december van het voorafgaande jaar vaststond of was gewijzigd. In dat bedrag zijn dan ook begrepen de indexeringen die in vorige jaren, vanaf 1 januari 1974, hebben plaatsgevonden.
Uitzonderingen op de regel:
In één geval geldt de wettelijke indexering in het geheel niet.
Als namelijk vóór 1 januari 1973 de hoogte van de bedragen in de rechterlijke uitspraak of in de overeenkomst mede afhankelijk is gesteld van de ontwikkeling van het peil van het inkomen, de lonen of de prijzen, worden deze bedragen niet van rechtswege verhoogd met de vastgestelde percentages.
Voor deze alimentatiebedragen blijft dan van kracht wat de rechter heeft bepaald of wat partijen zijn overeengekomen.
Uitsluiting van de indexering:
Bij alimentaties die zijn vastgesteld na 1 januari 1973 kan men afwijken van de algemene indexeringsregeling.
Enkele voorbeelden:
Er kunnen redenen zijn om niet mee te doen aan de aanpassing van rechtswege van de alimentatie. Men houdt dan liever vaste bedragen aan;
- Als de alimentatieplichtige bijvoorbeeld moet leven van een vast inkomen dat niet meegaat met het loon- en prijspeil, kan automatische stijging van de alimentatie voor hem bezwaarlijk zijn. Men kan dan bij overeenkomst de indexering van rechtswege uitsluiten. Ook kan elk van de partijen de rechter vragen die indexering uit te sluiten;
- Men kan de wettelijke indexering ook voor een bepaalde tijd uitsluiten, bijvoorbeeld voor een jaar. Er kan daarvoor reden zijn als de alimentatie aan het eind van het jaar werd vastgesteld en bijvoorbeeld als de alimentatieplichtige niet op korte termijn op inkomensverhoging kan rekenen;
- Men wil de voorkeur geven aan een andere vorm van automatische aanpassing van de alimentatie, bijvoorbeeld door die te koppelen aan wijzigingen in het salaris van de alimentatieplichtige, of aan een prijsindexcijfer.
In artikel 402a Boek 1 BW is uitdrukkelijk vastgelegd dat de rechter die de wettelijke indexering uitsluit daarbij tevens kan bepalen dat de alimentatie op een andere wijze dan door de wettelijke indexering zal worden aangepast. De rechter kan hiertoe overgaan op verzoek van de onderhoudsplichtige of de onderhoudsgerechtigde, maar ook 'ambtshalve', d.w.z. zonder dat hem daartoe formeel is verzocht.
Zo kan de rechter de wijziging van de alimentatie bijvoorbeeld koppelen aan de ontwikkelingen van het inkomen van de alimentatieplichtige, dus een zogenaamde 'aanpassing op maat' bewerkstelligen. Maar ook de alimentatieplichtige en de alimentatiegerechtigde zullen in de overeenkomst waarbij zij de wettelijke indexering uitsluiten, in plaats daarvan zo’n speciaal aanpassingscriterium kunnen opnemen. In dat geval is de gang naar de rechter niet nodig.
Als de rechter een 'aanpassing op maat' geeft, kan hij op verzoek tevens een regeling vaststellen omtrent de wijze en tijdstippen waarop de onderhoudsplichtige aan de onderhoudsgerechtigde gegevens dient te verschaffen ten behoeve van de aanpassing.
Zo'n regeling kan eventueel ook later nog aan de rechter worden gevraagd. Ook kan een door de rechter vastgestelde 'informatieregeling' op verzoek alsnog door de rechter worden gewijzigd.
Mocht uitsluiting van de wettelijke indexering, bijvoorbeeld na verloop van tijd, onbillijke verschillen te zien geven met de algemene regeling, dan kan men de rechter verzoeken de uitsluiting ongedaan te maken. Daarna is de algemene regeling weer van toepassing.
Als men de verhoging onbillijk vindt:
Zoals gezegd vindt de verhoging van het vastgestelde percentage van rechtswege plaats. Een rechterlijke uitspraak of een overeenkomst tussen partijen is daarvoor niet nodig.
Als men de verhoging onbillijk vindt, zijn er twee mogelijkheden:
- Partijen treffen zelf een andere regeling. Het staat hun vrij om overeen te komen dat niet de totale verhoging, maar een deel daarvan of helemaal geen verhoging betaald hoeft te worden;
- Is dat niet mogelijk, dan kan men aan de rechter vragen een andere regeling te treffen. Daarbij is de hulp van een advocaat onontbeerlijk. De rechter zal, voordat hij een beslissing neemt, ook de andere partij horen.
Maakt men van beide mogelijkheden geen gebruik, dan wordt dus de alimentatie per 1 januari van enig jaar verhoogd met het vastgestelde percentage.

